Index

Inleiding

China

Dag 0 en 1
Beijing en Keizerlijk zomerpaleis

Dag 2
Touristische trekpleisters

Dag 3
De Verboden Stad

Dag 4
Struinen door Beijing

Dag 5
Lamatempels en Pekingeend

Dag 6
Toch nog opera

Dag 7
Vertrek richting Mongolië

Mongolië

Dag 8
Aankomst in Ulaanbaatar

Dag 9
Sightseeing Ulaanbaatar

Dag 10
Uitstapje Terelj National Park

Dag 11
Nationaal historisch museum en Kahn Bräu

Dag 12
Verhuizen, Nationaal Natuur Museum en Irish pub

Dag 13
Vertrek richting Rusland

Rusland

Dag 14
Siberië en Wodka

Dag 15
Onderweg

Dag 16
Geen Kerst

Dag 17
Aankomst Moskou

Dag 18
De toerist uithangen

Dag 19
Een verlaten park

Dag 20
De terugreis

Uitstapje Terelj National Park

Dag 10, dinsdag 19 december

Om tien uur zouden we naar Terelj (spreek uit Terelsj) gebracht worden. Hier zouden we overnachten in een echte ger tent in de bergen. Dus ik had mijn spullen alweer ingepakt. Helaas was er slecht nieuws van Tiara Tours. De afvoerbuizen van het complex waar we naartoe zouden waren dichtgevroren, ook deed de elektriciteit het niet. Een schrale troost is dat de Mongolen van Tiara ons wel een dagje mee wilden nemen richting Terelj. Dus we gaan met het hele guesthouse team (vier vrouwen, een chauffeur en wij drieën) in het busje naar Terelj, ongeveer zeventig kilometer ten oosten van Ulaanbaatar.

Onderweg vertelt het meisje dat ons van het station haalde in goed Engels van alles over dingen waar we langs komen. We reden langs een westerse kerk waar afgevaardigden van de Paus gevestigd zijn, terwijl Mongolen helemaal niet religieus zijn. Ook kwamen we voorbij een verlaten Sovjet basis die nu door het Mongoolse ‘leger’ gebruikt wordt. We rijden de steeds slechter wordende weg af, richting de bergen. We stoppen hier en daar even om wat foto’s te maken en de benen te strekken. Het is in de zon nog niet eens zo koud, maar de ramen in de schaduwkant van het busje bevriezen wel meteen.

Na nog een paar kilometer stoppen we bij een stapel stenen met een stok er in waar weer allerlei gekleurde stukken textiel aan zitten. Er wordt ons verteld dat elk dorp aan de in- en uitgang zoiets staat. Het is een oud gebruik uit het boeddhisme  dat iedereen die er langs komt stopt, een steen op de bult legt, en er drie rondjes omheen loopt. Dit zorgt voor geluk en voorspoed op je reis. Ook onze chauffeur legt een steen en loopt rustig drie rondjes. Als je hier in de moderne tijd overigens geen tijd voor hebt, mag je ook even toeteren. Al snel komt er een toeterende auto langs, weten we dat ook weer.

Vanaf de markering bij de ingang van het dorp hebben we een mooi uitzicht over het natuurpark. De eerste toeristische huisjes zijn al gespot. Ik vraag me af of de Mongolen geen hekel aan de toeristen hebben. Onze ‘gids’ zegt dat het toerisme hier nog maar net op komst is, en wel erg snel groeit. In de winter komt er niemand zegt ze (op drie verloren zieltjes na). Dat is ook duidelijk te merken want we komen geen mens tegen als we het park in rijden. De gebouwen aan het begin van het park lijken inderdaad erg nieuw.

We stoppen bij het ‘resort’ waarnaast de gers staan waar we zouden slapen. Nu dringt het tot ons door wat we moeten missen. Hoe mooi zou het zijn om de zon vanuit je Ger in dit idyllische landschap op zien te komen. We nemen een hoop foto’s en rijden verder naar de Turtle rock. Ik begreep eerst niet waar het over ging, maar dat werd al snel duidelijk. Een enorm rotsblok dat vanaf één kant nogal op een schildpad lijkt.

Hier vlak in de buurt zullen we gaan eten in een ger-kampement. De mongolen gaan daar naartoe om het eten te regelen en wij gaan wat verder de berg op om foto’s te maken en de boel te inspecteren. Een half uurtje later is ons eten klaar en gaan we terug naar de gers, waar we worden verwelkomd door een horde honden. Een mongool wijst dat we in de derde ger moeten zijn. Zo stap ik mn eerste ger binnen.

Het is in de ger erg eenvoudig ingericht. Vier bedden langs de kant, twee stoelen, twee tafeltjes en een kachel in het midden. Die laatste kan de boel erg goed warm houden. Een ger is namelijk goed geisoleerd, door meerdere lagen stoffen kleden aan de buitenkant die fungeren als muur. De constructie van de Ger is eenvoudig maar toch ingenieus. Het schijnt dat een hele familie in een paar uur verhuist met Ger en al. De wand is bedekt met lagen stevige stof. In de zomer kunnen deze lagen er af, ook kan er dan een flap open in het dak voor een soort luchtcirculatie om de boel koel te houden.

Ons eten staat al snel op het tafeltje. De maaltijd bestaat hier uit een soort reuze dumplings met rundvlees erin, met een salade. Het ziet er niet uit, maar het smaakt me prima. De mongolen zelf eten een soort bami. Het lijkt wel of mensen hier veel meer eten, misschien wel door de kou. Ik wilde ook nog even de traditionele thee proeven die hier erg veel gedronken wordt - eigenlijk is het meer een soort zoute, vette, gefermenteerde paarden of geitenmelk- eigenlijk heel smerig, maar het went volgens mij wel. Nadat Marc zijn behoefte in een ‘gat’ heeft gedaan en vloekend terug komt omdat hij zijn hoofd aan het lage deurtje heeft gestoten, vertrekken we naar een ander kampje waar de guesthouse mensen nog wat spullen moeten halen. De chauffeur heeft wel schik in het offroad rijden en scheurt behendig door de sneeuw.

Daar aangekomen worden de nodige sneeuwballen over en weer gegooid en maken we nog meer foto’s. De mongolen zijn intussen bezig met het volladen van het busje. Blijkbaar hadden ze nog een voorraad kleden in een schuurtje hier. We passen nog maar amper in het busje met al die kleden, maar we komen toch weer terug bij het guesthouse. Met een soepje en een eitje bij de slechte Mongoolse TV eindigen we de dag.